Programmamanager Lieke Raaijmakers-Potten neemt per 1 april afscheid van de RES Noord- en Midden Limburg. Daarmee sluit ze een periode van acht jaar in de energietransitie af. Vanaf haar start als beleidscoördinator duurzaamheid bij gemeente Venlo en later als programmamanager bij de RES NML, zag ze de energietransitie in Noord- en Midden Limburg veranderen. Nu maakt ze de overstap naar gemeente Land van Cuijk, waar ze aan de slag gaat als concernstrateeg regionale samenwerking en public affairs. Hoe kijkt zij terug op de afgelopen jaren?
“Met heel veel trots,” zegt Lieke zonder aarzelen. “Vooral op ons team. Ik ben supertrots op hoe iedereen zijn rol pakt, voor elkaar in de bres springt en mooie dingen neerzet. We hebben enorm veel inhoudelijke kennis opgebouwd, waarmee we partners kunnen faciliteren bij hun eigen vraagstukken.” Ook op de samenwerking met partners kijkt ze met trots terug. “Samen hebben we een programma neergezet dat echt van meerwaarde is. We liggen goed op koers richting ons RES-bod. Mooi is dat wij daarin niet de lead nemen, maar vooral ondersteunend zijn. Bijvoorbeeld in de lobby richting provincie, TenneT en Enexis over infrastructuur, waar we de belangen van gemeenten vertegenwoordigen. Juist in het regionale overzicht en het behartigen van ieders belangen zit onze kracht.”
Een eigen identiteit
Na jaren samenwerken aan de energietransitie vanuit de gemeenten koos Noord- en Midden Limburg voor een formele identiteit: de RES NML. Lieke ziet deze stap als een belangrijk kantelpunt. “We konden eigen mensen in dienst nemen. Dat maakt ons minder afhankelijk van inhuur, drukt de kosten en zorgt vooral voor meer draagvlak en betrokkenheid. Je ziet vaste gezichten, mensen die het proces langer meemaken en beter weten wat er speelt in de gemeenten.” Landelijk gezien was RES Noord- en Midden Limburg een van de eerste regio’s die die stap zette. “Zo hebben we ons ook echt kunnen ontwikkelen op dat regionale vraagstuk.”
De kunst van het omdenken
De afgelopen jaren brachten ook uitdagingen met zich mee. In het begin werkte de regio nog sterk verkokerd vanuit opwek, warmte en besparing. Gaandeweg verschoof de blik naar het systeem als geheel. “Dat was een goede stap,” zegt Lieke. “Netcongestie dwong ons om onze werkwijze aan te passen. Dat is eigenlijk ook mooi: belemmeringen dwingen je om anders te denken, en dat levert weer nieuwe ideeën op.”
Alle kikkers in de kruiwagen
Wat hebben die jaren haar persoonlijk en vakinhoudelijk geleerd? “Dat samenwerken een werkwoord is,” zegt Lieke lachend. “We bleven steeds met elkaar in gesprek en durfden ook kritisch te zijn.” Juist met zoveel partners, ieder met een eigen opgave, is het volgens haar belangrijk om steeds scherp te houden waar de behoeften liggen. “Zitten alle kikkers nog in de kruiwagen? En hoe breng je dat samen tot een gezamenlijk vraagstuk?” Dat lukte mede door de flexibiliteit en motivatie van de partners. Er was ruimte om sommige thema’s met de hele groep op te pakken en andere juist in kleinere samenstellingen, zoals bij de MCO NIP-aanpak. “Dat werkte omdat we steeds vanuit de inhoud naar het vraagstuk bleven kijken en ons daaromheen organiseerden.”
Het grotere plaatje in het oog houden
In haar nieuwe functie blijft Lieke werken aan regionale samenwerking, maar breder dan alleen de energietransitie. “Ik zit dan wel aan de andere kant, bij één van de partners in het samenwerkingsverband,” zegt ze. Juist haar ervaring vanuit de regionale positie bij de RES ziet ze daarbij als waardevol. “Die helpt me om het grotere plaatje in beeld te houden, los te komen van het eigen gemeentelijke perspectief en steeds de verbinding te zoeken. En ik hoop natuurlijk dat het fijne netwerk dat ik hier heb opgebouwd, ook daar weer van pas zal komen.”
De volgende stap in de organisatie
Voor haar opvolger liggen er volgens Lieke nog genoeg opgaven. “Er zijn zeker nog uitdagingen over. Zaken waar ik zelf ook nog graag aan had gewerkt, maar die in de praktijk bleven liggen.” Ze noemt daarbij partijen als de LLTB en energiecoöperaties. “Ik zou het mooi vinden als zij nog beter kunnen aanhaken. Er zit buiten onze eigen organisatie nog zoveel kennis waar we gebruik van kunnen maken.” Volgens haar ligt daar een volgende stap voor de RES: de organisatie nog sterker verankeren in de maatschappij.
Wat geef je de mensen bij de RES mee voor de komende jaren?
Ze wil haar bijna oud-collega’s graag nog een paar laatste woorden van advies meegeven. “Blijf dicht bij jezelf en blijf met elkaar het gesprek aangaan. De hobbels in ons vakgebied maken het werk soms frustrerend, maar laat die niet leidend zijn. Kijk juist naar wat wél kan. In het huidige systeem zijn al veel mogelijkheden om het slimmer te benutten. Denk dus niet alleen na over de toekomst, als er hopelijk weer meer ruimte op het net is, maar zet ook nu stappen.”
“Ik heb echt een enorme toffe tijd gehad. Ik weet zeker dat ik juist de contacten die ik hier heb opgedaan en de fijne relatie met iedereen ga missen. Maar ik hoop dat ik een aantal mensen ook gewoon in mijn volgende werkveld weer ga tegenkomen!”
Terug naar overzicht